Periodecijfer berekenen
Je periodecijfer is het gewogen gemiddelde van je toetsen: elk cijfer keer zijn weging, gedeeld door de totale weging. Een 6 met weging 3 en een 8 met weging 1 geven (6 × 3 + 8 × 1) ÷ 4 = 6,5.
| Onderdeel | Cijfer | Weging |
|---|---|---|
| SO 1 | 6 | 1 |
| SO 2 | 7 | 1 |
| Proefwerk | 8 | 2 |
Standaard: de Nederlandse cijferschaal van 1 tot 10. Gebruik de weging, cesuur en afrondingsregels van je school of opleiding.
Zo werkt de berekening
Vul de cijfers van de onderdelen en hun weging in om je periodecijfer te berekenen.
De wegingen mogen percentages of verhoudingsgetallen zijn. Ontbrekende cijfers blijven buiten de berekening. Pas daarna de afrondingsregel van je school toe.