Cijfer berekenen met de N-term
Je cijfer voor het centraal examen is 9 × je score ÷ de maximale score + de N-term, op één decimaal. Ligt de N-term niet op 1,0, dan houden vier grensregels van het CvTE de laagste en de hoogste scores tussen 1,0 en 10,0.
Je cijfer voor het centraal examen
9 × 53 ÷ 90 + 1,0 = 6,3.
Voor een 5,5 heb je 45 van de 90 punten nodig.
| N-term | 0,5 | 1,0 | 1,5 | 2,0 |
|---|---|---|---|---|
| Cijfer | 5,8 | 6,3 | 6,8 | 7,3 |
- 0 1,0
- 1 1,1
- 2 1,2
- 3 1,3
- 4 1,4
- 5 1,5
- 6 1,6
- 7 1,7
- 8 1,8
- 9 1,9
- 10 2,0
- 11 2,1
- 12 2,2
- 13 2,3
- 14 2,4
- 15 2,5
- 16 2,6
- 17 2,7
- 18 2,8
- 19 2,9
- 20 3,0
- 21 3,1
- 22 3,2
- 23 3,3
- 24 3,4
- 25 3,5
- 26 3,6
- 27 3,7
- 28 3,8
- 29 3,9
- 30 4,0
- 31 4,1
- 32 4,2
- 33 4,3
- 34 4,4
- 35 4,5
- 36 4,6
- 37 4,7
- 38 4,8
- 39 4,9
- 40 5,0
- 41 5,1
- 42 5,2
- 43 5,3
- 44 5,4
- 45 5,5
- 46 5,6
- 47 5,7
- 48 5,8
- 49 5,9
- 50 6,0
- 51 6,1
- 52 6,2
- 53 6,3
- 54 6,4
- 55 6,5
- 56 6,6
- 57 6,7
- 58 6,8
- 59 6,9
- 60 7,0
- 61 7,1
- 62 7,2
- 63 7,3
- 64 7,4
- 65 7,5
- 66 7,6
- 67 7,7
- 68 7,8
- 69 7,9
- 70 8,0
- 71 8,1
- 72 8,2
- 73 8,3
- 74 8,4
- 75 8,5
- 76 8,6
- 77 8,7
- 78 8,8
- 79 8,9
- 80 9,0
- 81 9,1
- 82 9,2
- 83 9,3
- 84 9,4
- 85 9,5
- 86 9,6
- 87 9,7
- 88 9,8
- 89 9,9
- 90 10,0
Je eindcijfer voor dit vak
(6,4 + 6,3) ÷ 2 = 6,35, en dat wordt een 6.
| Eindcijfer | 5 | 6 | 7 | 8 |
|---|---|---|---|---|
| Cijfer CE | 2,6 | 4,6 | 6,6 | 8,6 |
| Score (van 90) bij N-term 1,0 | 16 | 36 | 56 | 76 |
Zo rekent het CvTE je score om
De hoofdregel is: cijfer = 9 × (score ÷ maximale score) + N-term. Bij een N-term van 1,0 geeft 53 van de 90 punten dus 9 × 53 ÷ 90 + 1,0 = 6,3. Bleek het examen makkelijker dan bedoeld, dan krijgt het een lagere N-term: met 0,7 wordt dezelfde score een 6,0. Voor een 5,5 had je bij N-term 1,0 45 van de 90 punten nodig, bij 0,7 48.
Zonder extra regels zou een hoge N-term bij 0 punten al meer dan een 1,0 geven en bij de volle score meer dan een 10,0. Daarom gelden vier grensregels. Is de N-term hoger dan 1,0, dan krijg je het laagste cijfer van de hoofdregel en regels 2a en 2b; is hij lager dan 1,0, dan het hoogste cijfer van de hoofdregel en regels 3a en 3b. S is je score en L de maximale score:
- 2a: cijfer = 1,0 + S × (9 ÷ L) × 2
- 2b: cijfer = 10,0 − (L − S) × (9 ÷ L) × 0,5
- 3a: cijfer = 1,0 + S × (9 ÷ L) × 0,5
- 3b: cijfer = 10,0 − (L − S) × (9 ÷ L) × 2
Daardoor is 0 punten altijd een 1,0 en de volle score altijd een 10,0. De rekenhulp hierboven volgt deze regels en geeft dezelfde cijfers als de omzettingstabellen op Examenblad.nl, zoals die van Nederlands vwo 2024 (65 punten, N-term 1,2).
Wat de N-term zegt
De N-term ligt in principe tussen 0 en 2. Een relatief moeilijk examen krijgt een hogere N-term, zodat je minder punten nodig hebt voor een voldoende; een relatief makkelijk examen een lagere. Het CvTE stelt de N-term per examen pas na het examen vast.
Op je cijferlijst staat het cijfer voor het centraal examen met één decimaal, en het eindcijfer voor het vak zonder decimaal. Op havo en vwo moet het gemiddelde van al je cijfers voor het centraal examen 5,5 of hoger zijn om te slagen.
Bronnen: College voor Toetsen en Examens, Regeling omzetting scores in cijfers VO (wetten.overheid.nl); College voor Toetsen en Examens, De normeringssystematiek van de centrale examens vo; CvTE, Normering; Examenblad.nl, Veelgestelde vragen; Examenblad.nl, Nederlands vwo 2024: omzettingstabel normering; Overheid.nl, Uitvoeringsbesluit WVO 2020, artikelen 3.13 en 3.32; Rijksoverheid, Wanneer ben ik geslaagd voor het havo-eindexamen?; Rijksoverheid, Wanneer ben ik geslaagd voor het vwo-eindexamen?.